Ontdek de schoonheid van het Geuldal

Wie het Geuldal betreedt, kan nog werkelijk genieten van een adembenemend stukje ongerepte natuur. Vooral het gedeelte tussen Partij en de Belgische grens is uniek. De beboste dalwand ten zuiden van Wijlre, aansluitend op het plateaugebied bij Ingber, is een waar wandelparadijs. Het meest zuidelijke deel van het Geuldal is grillig van karakter. Open plateaugedeelten worden afgewisseld door steile hellingbossen. Vakwerkhuizen sieren als witte parels het prachtige landschap. Met recht een vijf-sterrenlandschap!

Rijkdom aan soorten

Het Geuldal is uitgeroepen tot een van de mooiste landschappen van Nederland. Een terechte keuze. Het is een zwakgolvend landschap met hellingbossen op de flanken van de heuvels en in het dal zoekt de vrij stromende Geul haar weg. De hoogteverschillen zijn voor een deel ontstaan door het uitslijten door rivieren. Het is dus meer dalenland dan heuvelland. De mens maakt al duizenden jaar gebruik van dit land. Het oude agrarisch landschap heeft nog hagen, heggen, vrijstaande bomen, graften en hoogstamboomgaarden.

Maretak

In populieren en eikenbomen langs de Geul en in hoogstamfruitbomen ziet u soms grote groene bollen. Het lijkt een vogelnest, maar is een plant, de maretak (mistletoe). Het is een halfparasiet die met de wortels in de tak groeit maar met eigen bladgroen zelf voedingstoffen maakt. Nergens anders in Nederland komt u de maretak zo veel tegen als in ons mooie Zuid-Limburg.

Dassenland

Het oude Geuldallandschap heeft nog hagen en hellingbossen. In de wei liggen nog koeienvlaaien, ideaal voor de das. In de hellingbossen maakt de das burchten met gangen en ondergrondse ruimtes. De dassenpijpen, met voor het hol een grote berg met zand, zijn in het Geuldal overal te vinden. In de koeienpoep zitten veel larven van allerlei insecten, naast regenwormen een echte lekkernij voor de das. Langs de hagen kan deze marter zich veilig verplaatsen.

Vakwerk

Ze liggen als witte pareltjes verspreid tussen het heuvellandschap: de voor Limburg kenmerkende vakwerkwoningen en vakwerkboerderijen. Tot in de vorige eeuw bouwden en onderhielden boeren deze witte huizen met houten raamwerk zelf. De bouw, waarbij het skelet is gemaakt van hout, stenen, stro en leem, was tot 1850 de normale wijze waarop men in het Heuvelland huizen bouwde. Omdat de materialen in de buurt te verkrijgen waren, was het goedkoop. Inmiddels worden al meer dan honderd jaar geen vakwerkhuizen meer nieuw gebouwd, maar wel gerenoveerd.


In de buurt liggen diverse steengroeves, waaronder de Heimansgroeve.